Het nulurencontract verdwijnt: dit verandert er voor werkgevers
02 oktober, 2026 – Collin Kamphuis
Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Vanaf 1 januari 2028 is daarmee het nulurencontract voor de meeste werknemers verleden tijd. Ook de regels voor tijdelijke contracten worden strenger. Voor uitzendkrachten verandert er al eerder iets. Werk je met oproepkrachten of andere flexwerkers? In dit artikel leggen wij uit wat er verandert.
Van nulurencontract naar bandbreedtecontract
Voor de meeste oproepkrachten komt vanaf 1 januari 2028 het bandbreedtecontract in plaats van het nulurencontract. Je spreekt met de werknemer een minimumaantal uren af (meer dan nul) en een maximumaantal uren. Het maximum mag niet hoger zijn dan 130% van het minimum. Spreek je bijvoorbeeld minimaal 10 uur af, dan mag je de werknemer maximaal 13 uur inroosteren. Een oproep voor uren boven het maximum mag de werknemer weigeren.
Werkt een werknemer structureel meer uren dan afgesproken? Dan moet je die werknemer in de regel na twaalf maanden een contract aanbieden met een vaste arbeidsomvang. Die moet minimaal gelijk zijn aan het gemiddelde aantal uren dat in die periode is gewerkt.
Heb je nu al werknemers met een nulurencontract? Die contracten worden op 1 januari 2028 niet ongeldig. Valt de werknemer niet onder een van de uitzonderingen (zie hieronder), dan geldt het contract vanaf die datum van rechtswege als bandbreedtecontract.
Voor wie blijft het nulurencontract wel mogelijk?
Het nulurencontract blijft mogelijk voor bijbanen van gemiddeld niet meer dan zestien uur per week voor:
- minderjarigen;
- scholieren en studenten;
- AOW-gerechtigden.
Werkt iemand gemiddeld meer dan zestien uur per week, dan valt hij of zij niet meer onder de uitzondering.
Let op: als werkgever moet je kunnen aantonen dat iemand onder de uitzondering valt. Leg dus vast dat een werknemer scholier, student of AOW-gerechtigde is en houd de gewerkte uren goed bij.
Ook tijdelijke contracten worden strenger
De wet pakt ook zogenoemde draaideurconstructies aan. Nu kun je een werknemer na drie tijdelijke contracten laten gaan en na zes maanden opnieuw tijdelijk in dienst nemen. Die tussenpoos wordt verlengd naar drie jaar. Voor terugkerend seizoenswerk en bijbanen van scholieren en studenten blijven uitzonderingen mogelijk. Wil je iemand na drie tijdelijke contracten houden, dan is een vast contract in de meeste gevallen de enige optie.
Meer zekerheid voor uitzendkrachten
Vanaf 31 december 2026 krijgen uitzendkrachten recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn. Per 1 januari 2028 wordt daarnaast de periode verkort waarin het uitzendcontract automatisch eindigt als de opdrachtgever de uitzendkracht niet meer nodig heeft. Die periode gaat van anderhalf jaar naar maximaal één jaar.
Advies of beoordeling
Twijfel je wat de nieuwe regels voor jouw bedrijf betekenen, of wil je jouw arbeidscontracten laten nalopen? Onze juristen hebben ruime ervaring binnen het arbeidsrecht en helpen je graag verder.
