Wij zijn op de hoogte van ontwikkelingen
die voor u als ondernemer belangrijk zijn.

Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

09 juni, 2021 – Marius Rebel

 

Algemeen
Per 1 juli 2021 treedt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking. Deze memo gaan in op de hoofdlijnen van de WBTR. Het gaat in de WBTR vooral om de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting.Meerdere zaken die in de WBTR zijn vastgelegd, werden in de praktijk al min of meer gehanteerd.

Bestuursmodellen.
Voor de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting komt de mogelijkheid om in plaats van een ‘standaard’ bestuur ook te kiezen voor:
 - One-tier board: er is één bestuur met daarin uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders. De niet uitvoerende bestuurders zijn dan de toezichthouder.
- Two-tier board: scheiding tussen bestuur en toezicht door middel van een Raad van Commissarissen (RvC).

Taakvervulling.
In de wet wordt vastgelegd dat bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon. Dit is vooral belangrijk voor de vraag of een bestuurder of commissaris aansprakelijk kan worden gesteld voor zijn handelen.

Belet en ontstentenis.
De statuten moeten een regeling bevatten voor belet (tijdelijke afwezigheid) of ontstentenis (vacature). Als dit nu nog niet in de statuten is geregeld, moet dit bij de eerstkomende statutenwijziging worden aangepast.

Tegenstrijdig belang.
Een bestuurder neemt geen deel aan de beraadslaging of besluitvorming bij een persoonlijk tegenstrijdig belang.
- Kan hierdoor binnen het bestuur geen besluit genomen worden? Dan neemt de RvC het besluit.
Bij een vereniging zonder RvC: Dan neemt de algemene ledenvergadering het besluit.
Bij een stichting zonder RvC: dan neemt het bestuur het besluit onder vastlegging van de overwegingen.
Als een commissaris een tegenstrijdig belang heeft neemt hij geen deel aan de beraadslaging of besluitvorming. Kan daardoor binnen de RvC geen besluit worden genomen?
- Dan neemt de algemene vergadering het besluit.
- Bij een stichting: de RvC neemt het besluit onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen.
De statuten kunnen anders regelen.
Overgangsrecht: de statuten moeten bij de eerstvolgende statutenwijziging hierop worden aangepast (nu is er dus geen actie vereist).

Een tegenstrijdig belang van het bestuur tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet (meer) aan. Dat wil zeggen dat ook bij een tegenstrijdig belang uitsluitend het bestuur bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen (dus niet de ALV of de RvC).

Actie nodig: er zijn stichtingen en verenigingen waarbij in de statuten staat dat de RvC of ALV de stichting/vereniging vertegenwoordigt bij een tegenstrijdig belang. Een dergelijke statutaire regeling is vanaf 1 juli 2021 niet meer geldig.

Positie bestuurder (stichting)
De preventieve ontslagbescherming voor de bestuurder van de stichting komt te vervallen (net als bij de B.V. en de N.V.). De RvC kan een bestuurder van de stichting dus ontslaan zonder voorafgaande toestemming van het UWV of kantonrechter. Er moet wel een redelijke grond zijn.

Aansprakelijkheid.
Voor een NV, BV, coöperatie en commerciële stichting geldt al dat in een faillissement de bestuurders (en/of commissarissen) aansprakelijk zijn als sprake is van onbehoorlijke taakvervulling. Grotendeels gold dit ook al voor andere rechtspersonen. (Het is nu iets anders in de wet geformuleerd.) De conclusie is dat de bestuurders van de voor de vereniging en stichting (die notarieel is vastgelegd of Vpb-plichtig is of semipubliek is en een jaarrekeningenplicht heeft), coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij. In deze wet wordt het allemaal wat uitvoeriger vastgelegd. Als het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht of wanneer de jaarrekening niet is gepubliceerd (of opgesteld zo dat verplicht is), gelden dezelfde regels als bij de NV en BV.

 

 

 

 

 

 


Terug naar overzicht